LOC 94

Russian Imperial Stout

Een Russian Imperial Stout van 9,9%. Zo zwart als de Loc zelf en geïnspireerd op het voormalig Duits lijntje.

U vraagt zich natuurlijk af "wat hebben d'Ooijevaer en deze oude spoorwegverbinding eigenlijk met elkaar te maken?". Nou, veel meer dan u in eerste instantie zou denken. Leest u wederom mee voor wat onvervalste Gennepse folklore!


Het is een warme zomerdag in 1894. Een grote groep krekels is drukdoende kennis met elkaar te maken en vormen zo onbewust het orkest van de middag. Het geklak van de glimmende laarzen van de veldwachter galmt door het stationshalletje. De dienstdoende postbode groet al stempelend de imposante verschijning en diens kersverse arrestatie. De reeds geboeide kippendief moet de groet bekopen met een corrigerende tik. Hij moet gaan zitten op het bankje buiten in de zon.

Zittend op het bankje sluit de kippendief zijn ogen, snuift hij nog maar eens stevig van de landelijke lucht van thuis, plukt een lange grasspriet vanonder het bankje en klemt deze tussen zijn tanden. De veldwachter aanschouwt het zachtjes brommend en maakt met slechts een hoofdgebaar duidelijk dat de arrestant moet blijven zitten. Het luide getjirp van de krekels verstomt bij het waarnemen van de eerste trillingen langs het spoor. Als de postbode op dat moment ook nog eens zijn laatste brief bestempeld heeft, valt het volledig stil op het vredige stationnetje. Slechts het knarsen van de zandkorreltjes onder de zwarte laarzen van de veldwachter die statig voor zich uit tuurt, is hoorbaar als hij zachtjes zijn hakken sluit. Stilte. Minutenlang. Echte stilte.

Aan die serene stilte op het perron komt bruut een eind als de klepel van de bel alarm slaat. Ting ting ting ting ting ting! Wolken stoom doemen op ter hoogte van de Maasbrug terwijl een puffend geluid razendsnel aanzwelt. Een zware zwarte stoomlocomotief rolt onder luid gebel hét grensstation van de Hoge Snelheids Lijn van de laat 19e eeuw binnen. Station Gennep. Aan boord van de restauratiecoupé niemand minder dan Tsaar Nicolaas II en Kaiser Wilhelm II. Hoopvol kijken zij door de gordijntjes naar buiten. De stoom vervliegt en ja hoor, daar staat vriend d’Ooijevaer reeds te wachten, leunend tegen een stapel houten kratten met hun favoriete bier. Hij veert op en richt zich tot de veldwachter. Die fronst eens langs d’Ooijevaer heen, blikt richting kratten, naar restauratiewagon, van restauratiewagon naar kippendief en knikt instemmend. En terwijl d’Ooijevaer en de veldwachter aan het raampje een ontspannen onderonsje houden met de Tsaar en de Kaiser, laadt de arrestant van de veldwachter de kratjes aan boord. Deze meldt zich keurig bij het viertal als de klus geklaard is en is blij verrast als hem gesommeerd wordt zich weg te scheren. Hij twijfelt geen moment en verlaat onder toeziend oog van het hoog bezoek het perron, het station en volgt vervolgens het landweggetje dat langs het spoor kronkelt.

Tsaar Nicolaas II en Kaiser Wilhelm II danken vriend d’Ooijevaer zeer uitgebreid, geven de veldwachter nog vluchtig een hand en sluiten dan het raampje van de restauratiecoupé weer. Want ook de post is inmiddels geladen en de locomotief start weer op voor het vervolg van de reis. Knarsend staal verraadt het in beweging komen van het zware zwarte gevaarte. De Tsaar en de Kaiser hebben reeds een fles bier geopend nog voor zij station Gennep uit hun blikveld zien verdwijnen. Op het moment zij de glazen klinken, passeren zij de zojuist vrijgelaten kippendief. Deze zwaait en proost richting de Tsaar en de Kaiser met een zojuist buitgemaakte fles d’Ooijevaer Loc ‘94. En terwijl de grote zwarte locomotief aan de horizon verdwijnt, speelt de kippendief een prachtig stukje op z’n mondharmonica.